Het is weer 2008

Ik had een innovatief software bedrijf, Izecom. We maakten software die email beveiligde tegen hacken en phishing. Daar had Nederland (nog) geen behoefte aan, bleek, dus na jaren ploeteren ging het bedrijf in oktober van 2007 failliet. De laatste maanden kreeg ik geen salaris uit het bedrijf, dus werden er geen premies afgedragen en besloot het UWV dat ik dus ook geen uitkering kreeg. Toen ik in maart 2008 een bijstands-uitkering aanvroeg, kreeg ik van de gemeente Huizen (waar ik toen woonde) een brief dat ik eerst maar eens moest bewijzen waar ik al die maanden zonder inkomen dan van geleefd had, en of ik niet zwart werkte. Ik kreeg geen bijstand.

Amro stuurde een incassobureau, voor het bedrijfskrediet van het failliete Izecom. Of ik per omgaande €70.000 wilde overmaken. Ze blokkeerden mijn bankrekening. Waar evengoed al nauwelijks meer iets op stond, ik was alles kwijtgeraakt in het faillissement. Er kwamen deurwaarders van de belastingdienst en anderen, die beslag legden op alles wat er in mijn huis stond. KvK legde beslag op mijn oude auto. Telefoon, internet, kabel en water werden afgesloten. Water kwam weer terug. Afsluiting van gas en licht kon ik ternauwernood voorkomen. De rechter besloot op 2 februari, de dag dat mijn moeder werd gecremeerd, dat ik uit mijn huis gezet mocht worden. Ook dat heb ik op het nippertje met geleend geld weten te voorkomen.

Ik zat grotendeels alleen thuis. Behalve twee keer in de week een uitstapje naar mijn 80-jarige vader, die in een revalidatie/verpleeghuis was opgenomen wegens een gecompliceerde heupbreuk. Hij was van de trap gevallen, een paar weken na het overlijden van mijn moeder. Ik solliciteerde, maar zonder internet en zonder printer-inkt was dat niet eenvoudig. Bovendien, als je burned out, depressief en overspannen bent is solliciteren geen sinecure. De twee gesprekken die ik toen heb gehad, leidden tot niets. Ik begon weer te programmeren, je moet toch iets. Ik programmeerde een chatbot die ik liet praten via MSN, ik had inmiddels op magische wijze weer internet gekregen. Toen Google Android aankondigde, ben ik me daarin gaan verdiepen, gat in de markt immers, en toen Google Play openging, stond daar een Android Twitter app van mij in.

Verder zat ik gewoon thuis, met de katten. Een soort lockdown, want wat zou ik anders doen dan thuiszitten? Soms had ik geld om boodschappen te doen, mijn vader gaf me geld zodat ik hem kon bezoeken met zijn gewassen en gestreken overhemden. In juli heb ik een paar weken freelance werk gedaan, toen een kennis van vroeger me vroeg om in een project mee te doen. Ik moest een voorschot vragen voor de reiskosten. Toen mijn factuur werd betaald, stond de deurwaarder klaar om het geld mee te nemen. Van een volgende opdracht kwam het niet, ik kreeg een acute uveïtis waardoor ik twee maanden uit de running was. Via een andere kennis kreeg ik uiteindelijk in januari 2009 een freelance opdracht, zodat er voor het eerst in 18 maanden weer min of meer structureel geld binnenkwam. De deurwaarders waren blij.

In de daarop volgende jaren ging het langzaam steeds beter, tot ik in 2015 in de situatie was dat ik genoeg geld binnenkreeg om niet iedere maand tekort te komen. Een kleine terugslag was een boete van €15000 die ik in 2015 kreeg van de belastingdienst, wegens te laat betaalde belasting in 2009 en 2010. Daarna kwam het langzaamaan goed, ik werkte freelance en had genoeg opdrachten. Freelancen was niet mijn keuze, maar solliciteren werkte niet en een nieuw bedrijf beginnen, daar had ik geen geld voor. Freelancen was tweede keus.

Begin vorige maand had ik gesprekken over een nieuwe opdracht. Het corona virus gooide echter roet in het eten: het project werd in z’n geheel afgeblazen. Nieuwe opdrachten waren er niet zomaar. Toen zat ik dus weer thuis, alleen naar buiten als het echt nodig is, en geen werk. Net als in 2008. Het voelt hetzelfde. Toen was het uitzichtsloos, nu voelt het niet veel beter. Toen zat ik in m’n eentje Android te programmeren, nu zit ik te knutselen om Jitsi, Moodle en BigBlueButton op een server te krijgen omdat ik denk dat scholen daar behoefte aan hebben. Maar net als in 2008 heb ik veel moeite me tot iets te zetten.

Toch zie ik een groot lichtpunt: ik hoef niet meer bang te zijn. Niet om werkloos te zijn, niet om uit mijn huis gezet te worden, niet om totaal blut te zijn. Ik heb het al een keer meegemaakt. Ik ben ook niet bang om dood te gaan, ook die angst ben ik in 2008 kwijtgeraakt. Ik heb mijn kinderen gezegd dat ik als ik covid19 krijg, ik niet aan de beademing wil.

Dus zit ik Jitsi te debuggen, blog ik over het knutselen met een Raspberry Pi, fiets ik een paar keer per week om fit te blijven, net als ik in 2008 veel fietste, toen nog op mijn 30 jaar oude wedstrijdfiets. Ik zit aan mijn houten bureautje te bloggen en te programmeren, wachtend, niet op wat de toekomst gaat brengen, maar slechts op de dag van morgen. Zoals ik dat morgen ook zal doen.