Agile, Programming

Stil op je fiets zitten

Een poos terug fietste ik mijn vaste rondje, ik begon met wat sprinttraining, daarna wat intervallen, en dan lekker uitrijden. Ik haalde bij zo’n sprint een vrouw in, ze fietste een constant tempo langs de vaart, na de sprint haalde ze mij in, en we wisselden in de loop van een uur een paar keer af. Bij Lisserbroek haalde ik haar weer in, en we reden een kort poosje samen, al pratend. Zij deed bloktrainingen, ze ging met haar vriend de Mont Ventoux beklimmen, en had wat extra training nodig. Ze zag een beetje op tegen de inspanning om zo’n grote berg op te fietsen, denk ik. Ik vertelde haar dat ik al wel een poosje fietste, en toen zei ze “ja, je zit zo mooi stil op je fiets”. Ik legde haar uit wat het geheim is van stil op je fiets zitten.

Je ziet nogal ‘s een wielrenner fietsen met bewegende schouders, de rechter schouder naar rechts en omlaag als het rechterbeen omlaag gaat, en links hetzelfde. Hij duwt als het ware zijn been omlaag met zijn schouder. Dat werkt natuurlijk niet, de beweging van je bovenlichaam kost wel energie maar draagt niet bij tot de snelheid. Zo iemand duwt de pedalen omlaag, eerst rechts, dan links, en om en om, net als je op je stadsfiets doet, net als iedereen fietst op een gewone fiets. Maar op een racefiets zitten je voeten vast aan de pedalen en kun je beter een ronddraaiende beweging maken. Je duwt je voeten niet alleen omlaag, maar op het laagste punt ook naar achteren, en dan omhoog, en dan naar voren, en dan weer omlaag. Het moet voelen dat je je voeten in een cirkel beweegt, waarbij je in het ideale geval op ieder punt van de cirkel evenveel kracht zet. Dat lukt natuurlijk niet, want omlaag duwend kun je meer kracht zetten dan omhoog trekkend, en omhoog trekkend meer dan vooruit of achteruit duwend. Toch kun je met een goede ronddraaiende beweging permanent kracht zetten, in plaats van alleen een kwart cirkel rechts en dan een kwart cirkel links. Door permanent met beide voeten te duwen lever je meer vermogen dan als je een kwart van de tijd links omlaag duwt en een kwart van de tijd rechts omlaag duwt. Het voordeel is niet alleen dat je 100% van de tijd duwt, je gebruikt ook meer spieren. Omlaag duwen doe je met je grote dijbeenspier, maar voor ronddraaien gebruik je alle spieren van je been. En meer spieren gebruiken geeft meer kracht op de pedalen. Het effect van je benen goed ronddraaien is dat alleen je benen het werk doen, en dat je dus mooi stil op je fiets zit. Kijk naar wielrenners in een wedstrijd en je ziet dat ze allemaal stil op hun fiets zitten. Behalve Bauke Mollema dan.

Ze fietste verder met haar volgende blok, en ik bolde nog wat uit, en voorbij de Kaag haalde ik haar weer in. Ze zei “ik probeer mijn benen goed rond te draaien, zoals je zei, en dan gaat het fietsen inderdaad makkelijker. Ik moet er nog wel bij nadenken om het zo te doen”. Ja, dat is altijd, als je iets op een andere manier doet, moet je dat in het begin bewust doen, totdat het vanzelf gaat. We praatten verder, ze zei dat ze het ook tegen haar vriend ging vertellen, dat ze over twee weken naar de Mont Ventoux ging, en we praatten over het werk, en over werken in coronatijd, en we kletsten verder terwijl we aan het uitrijden waren.

Gisteren fietste ik weer langs Lisserbroek, in een strak tempo, en toen bedacht ik dat stil zitten op de fiets een metafoor is voor het werken met scrum. Of beter, voor het werken zonder scrum. Stil zitten op je fiets wil zeggen dat je benen 100% van de tijd vermogen leveren, 100% van de tijd effectief bezig zijn. En of je nu hard fietst of lekker rustig, 100% constant vermogen geeft de maximale snelheid bij gegeven vermogen. Dan denk ik aan een scrum sprint, stel dat die twee weken duurt, tien werkdagen effectief. De dag dat de nieuwe sprint start heb je een retrospective meeting, een demo meeting, een sprint-start meeting, en die dag kom je aan software maken dus niet toe. De volgende dag ga je je verdiepen in nieuwe features (user stories, in scrum terminologie) en overleg je met collega’s en zoek je informatie bij elkaar, die dag is niet een heel effectieve programmeer-dag. De laatste dag van de sprint moet je zorgen dat je administratie op orde is, dat alle items op het scrum bord op “done” staan, dat de verslaglegging goed is, en dat je je demo van de volgende dag voorbereidt. Die laatste dag is ook niet de meest effectieve programmeerdag. Dus van de tien werkdagen in een sprint, kun je zeven dagen optimaal werken. Behalve dan dat je iedere dag een kwartier “stand-up” hebt, daarvóór kom je aan geconcentreerd werken niet toe, je bent zomaar een uur kwijt iedere dag. Effectief werk je zeven dagen van zeven uur aan de software. En in die bijna 50 uur doe je minder dan in 10 dagen van 8 uur. Of je moet in die 50 uur meer “vermogen” leveren dan in 80 uur, zoals je op de fiets als je niet stilzit bij het omlaagtrappen meer vermogen moet leveren als dat je mooi rond trapt.

Natuurlijk pleit ik er niet voor dat een software ontwikkelaar de hele dag alleen stilletjes in een hoekje moet zitten programmeren. Natuurlijk is overleg nodig, natuurlijk is afstemming nodig met collega’s, natuurlijk moet je samen de grote lijnen bepalen en bijstellen. Alleen, dat gebeurt evengoed wel. Dat gebeurt meestal als het nodig is, om elf minuten over drie ‘s middags, of om tien voor negen in de ochtend, en niet op het moment dat scrum zegt dat er een standup moet zijn of een refinement meeting. In de praktijk zijn de meeste vergaderingen en overleggen die scrum voorschrijft “extra”, dat wil zeggen, bovenop de discussies die je evengoed al hebt met je collega’s. En dat is waarom ik scrum vergelijk met de schokschouderende fietser: je bent niet 100% van je tijd productief bezig en je levert dus minder resultaat dan je zou kunnen, of je moet in de mindere beschikbare tijd harder werken om hetzelfde te bereiken.

In een eerdere blog heb ik geschreven hoe empowerment van medewerkers leidt tot beter resultaat. In een nog eerder stukje heb ik opgeschreven wat de frustraties zijn die werken met scrum voor veel software ontwikkelaars opleveren. In de praktijk – mijn ervaring in het werken in software ontwikkel teams beslaat een periode van 40 jaar – zie ik dat iedere methodiek verwordt van een handige tool om beter te werken tot een doel dat het werk zelf in de weg staat. Dat was zo bij SDM in de jaren ’80, dat was zo bij Prince2, en dat is zo bij Scrum. Waar agile (slagvaardig, wendbaar) werken goed is, verwordt het tot een rem op het werk zodra je het vastlegt in regels en procedures.

Als je als manager wilt dat je mensen effectief en met plezier werken, dan kun je er het beste voor zorgen dat ze zelf mogen sturen, en dat je ze stil op hun fiets laat zitten om maximaal resultaat te halen.