Blog

“Jij moet naar de MTS”

Op de lagere school (dat heet nu “basisschool”) kreeg ik een beroepskeuzetest. Ik weet niet waarom, alle kinderen kregen dat, maar je bent dan natuurlijk veel te jong voor beroepskeuze. Ik denk dat ze bedoelden dat het een test was naar welk vervolgonderwijs je moest.

Ik deed wat testjes, het was een individuele test, niet klassikaal, en al snel begon de psychologe (of wat ze ook was) mij uit te leggen dat er naast het lager onderwijs/middelbaar onderwijs/hoger onderwijs ook technisch onderwijs was: de LTS, de MTS en de HTS. Ik was zo “technisch”, ik moest naar het technisch onderwijs. Mijn ouders waren wijzer, ik ging gewoon naar het gymnasium, en later ben ik afgestudeerd in de sterrenkunde. Het was niet bij de test-mevrouw opgekomen dat een kind heel technisch begaafd kan zijn maar ook slim genoeg is om natuur- en sterrenkunde te studeren.

Ik was wel “technisch”. Al heel jong had ik een klein schroevedraaiertje geconfisqueerd uit de gereedschapskist van mijn vader, en ik schroefde alles waar een schroefje in zat uit elkaar. Toendertijd zaten alle apparaten in elkaar geschroefd, tegenwoordig wordt het gelijmd en geklikt en is er voor een kind niets meer te onderzoeken. Wekkers moest je opwinden, ik had een doos vol mooie koperen tandwieltjes en mijn ouders moesten regelmatig een nieuwe wekker kopen. Ik heb dat altijd gedaan, ik schroef nog steeds graag dingen uit elkaar.

In mijn werk in de IT heb ik geen schroevedraaier nodig, anders dan bij onderhoud aan mijn eigen computer of laptop. Dankzij dat kleine schroevedraaiertje van vroeger ben ik nu niet bang een gloednieuwe laptop eerst open te schroeven en componenten te vervangen voordat ik ‘m voor het eerst aanzet om linux te installeren.

Ik ben software ontwikkelaar. Ik ben als programmeur begonnen bij een bank, ik was daar al snel projectleider van een innovatieproject, daarna ben ik een business unit AI begonnen bij een softwarebedrijf, ik deed de verkoop en het management, daarna werd ik consultant bij BSO en deed ik een groot project voor de directie van Aegon. Vanuit de AI kwam ik in het kennis management, ik deed een project bij de kennis-organisatie Kema, wat uitmondde in dat ik een hoofdstuk heb geschreven in het Kema jaarverslag van 1994 met de titel “Kennis op de balans”. Ik had voor de directie de waarde van de kennis van Kema uitgerekend en die waarde vergeleken met de financiële balans.

Daarna kwam ik terug in meer hands on IT werk, toen ik PayMate oprichtte in 1995. PayMate faciliteerde online betalingen voor webshops, inclusief 2-factor authenticatie. Maar niemand wilde dat, het bedrijf was geen lang leven beschoren.

Inmiddels werk ik meestal freelance. En daar merk ik dat het een probleem is als je meerdere zeer uiteenlopende vaardigheden hebt. Ik wordt gespot door een recruiter als android developer, en die is dan teleurgesteld als ik op mijn cv ook andere dingen heb staan dan android development. “Kun je al die niet-android dingen niet weglaten?”. En als er een klus is op een ander gebied is het al snel “je ervaring is te breed, je hebt te weinig referenties op gebied X”. Ja, dat klopt. Dat vond die test-mevrouw ook al: als je A kunt, mag je niet ook B kunnen.

Soms roei ik tegen de stroom in en dan zit ik in een project voor software development maar bemoei ik me ook met de marketing en met de sales en heb ik contact met klanten om ze te helpen en te horen wat ze van ons product verwachten. Dat gaat niet altijd goed. “Maar jij bent developer, jij moet alleen software maken”. Ik hoor weer de test-mevrouw praten.

In mijn hart zou ik het allemaal het liefst weer zelf doen, als ondernemer, met een team van slimme veelzijdige developers die ik niet hoef te vertellen wat ze moeten doen. Wat te doen? Er zijn er ideeën genoeg, er is immers genoeg te doen in de wereld.