De mythe van het groene gas

Vandaag was ik op een bijeenkomst over het klimaat, met de wethouder van Amsterdam Marieke van Doorninck (Groen Links) en anderen. Ik raakte een weinig onthutst. Van Doorninck betoogde, zoals iedereen tegenwoordig, dat we van het aardgas af moeten omdat het een fossiele brandstof is. Een spreekster na haar doet een project waarbij hele wijken van het aardgas af gaan en in plaats daarvan “groen gas” gaan stoken. Groen gas is methaan dat gewonen wordt uit het riool. Aardgas is methaan, CH4, precies hetzelfde als “groen gas”. Aardgas produceert dezelfde hoeveelheid CO2 dus waarom groen gas dan beter is voor het klimaat is me een raadsel. Net zo’n raadsel als waarom Groen Links enerzijds wil stoppen met aardgas en anderzijds een centrale in Amsterdam wil laten bouwen waarin hout wordt gestookt. Hout produceert tweemaal zoveel CO2 als aardgas. Aardgas bestaat voor een groot deel uit waterstof. Hout en olie bevatten minder waterstof en meer koolstof, produceren dus aanzienlijk meer CO2 per geproduceerde eenheid van energie.

Ik zat een tijdje in verbazing te luisteren naar de reeks van spreeksters, en de grote lijn bleek dat we van de fossiele brandstof af moeten en in plaats daarvan cyclische brandstoffen moeten stoken. Groen gas dus, en hout. Omdat groen gas en hout geen fossiele brandstoffen zijn maar eerst gegroeid zijn en dan weer verbrand worden. Dat is een drogreden: ik leg dat uit.

Als je een boom hebt in je tuin, dan neemt die tientallen jaren CO2 op uit de atmosfeer en zet dat om in zuurstof. Als je die boom dan kapt, en gedurende de winter opstookt in je allesbrander, dan produceert je kachel de CO2 weer terug die de boom eerst had opgenomen en netto voeg je dus geen CO2 toe aan de atmosfeer. Daar is niets tegenin te brengen. Behalve als je het vergelijkt met aardgas.

Als je een boom in je tuin hebt, dan neemt die CO2 op en zet dat om in zuurstof. Als je dan je kachel de hele winter op aardgas laat branden, dan breng je daarmee zoveel CO2 in de lucht als je boom eerst had opgenomen. Dat is dus ook cyclisch, met dien verstande dat aardgas maar half zoveel CO2 produceert als hout, dus met je aardgaskachel ben je veel beter af voor het klimaat. Maar dat is niet alles. De houtverbrander heeft het volgende seizoen geen boom in de tuin. Alleen een eenjarig sprietje, in de herfst geplant. De aardgasverbrander heeft nog wel steeds een boom die er lustig op los gaat met opnemen van CO2 en produceren van zuurstof. Als je dat allemaal bij elkaar telt is het verbranden van aardgas driemaal beter dan hout stoken: omdat aardas de helft minder CO2 produceert en omdat de houtbrander de CO2 reductie vermindert door het kappen van de boom. Ik begrijp echt niet waarom mensen dan aardgas willen verbieden en houtverbranding willen subsidiëren in het kader van het bestrijden van de opwarming van het klimaat.

Je kunt de vergelijking hout vs aardas verder doortrekken. Als je aardgas verbrandt, kun je je boom laten staan om CO2 op te nemen, je kunt ‘m ook omhakken en van het hout meubels maken en een schuurtje. Degene die de boom opgestookt heeft, heeft geen hout meer en moet meubels kopen van plastic of staal, wat veel olie of kolen kost. Extra CO2 productie dus.

Je kunt aanvoeren dat bomen die doodgaan CO2 produceren in het composteringsproces. Dat is zo, maar niet zoveel als dat je het hout verbrandt, en bovendien, op de humus van omgevallen bomen groeien de nieuwe bomen. De koolstof van de dode bomen wordt humus, die weer opgenomen wordt in de jonge bomen en dus weer hout wordt. Dat is cyclisch. Als je de bomen verbrandt als houtpellets, dan onttrek je grondstoffen aan het bos en eindig je op den duur met een zandvlakte.

Zo is “groen gas” ook geen optie: methaan is methaan en met groen gas produceer je echt evenveel CO2 als met aardgas. Dat het niet uit de grond komt maar uit het riool mag dan prachtig zijn om allerlei redenen, voor het klimaat maakt het echt geen ene moer uit.

De wethouder had het er ook over dat in Amsterdam vanaf 2030 geen brandstof-voertuigen meer in de stad mogen komen en dat we daarmee de CO2 uitstoot beperken. Ik zie dat niet helemaal. Ik zie hier in de verte de schoorsteen van de Hemwegcentrale, waar de rook uitkomt die wordt geproduceerd om al die elektrische auto’s te laten rijden. De maatregel verschuift dus het probleem: bewoners van de binnenstad krijgen schonere lucht maar bewoners van Amsterdam Nieuw-West en van Zaanstad krijgen vuilere lucht. Hoe is het verschuiven van CO2 uitstoot van de binnenstad naar de buitenwijken een maatregel tegen opwarming van het klimaat? Ik denk dat er helaas mensen zijn die denken dat elektrische auto’s echt geen uitstoot produceren. En er zijn al helemaal weinig mensen die bij elektrische auto’s meetellen dat het produceren van accu’s vervuilend is en dat er zeer zeldzame grondstoffen voor nodig zijn die in milieu-onvriendelijke mijnen worden gewonnen.

Ik begrijp wel waarom we minder fossiele brandstoffen moeten verbranden. Als ze op zijn, zijn ze op, en hebben onze nakomelingen daar de ellende van. Als we gas blijven oppompen in Groningen, dan zakken de Groningers de grond in en dat willen we niet. Maar met CO2 heeft het niets te maken. Als je puur kijkt naar het beperken van de uitstoot van CO2 in de atmosfeer, dan is olie, kolen of hout verbranden veel slechter dan aardgas verbranden, en is hout verbranden nog weer slechter dan olie of steenkool.

Wat dan wel? Het beste wat we kunnen doen is minder energie gebruiken. We kunnen minder reizen door dichter bij ons werk te wonen, meer vanuit huis te werken, door niet vervuilend op vakantie te gaan, door geen broeikassen met tomaten of komkommers met kunstlicht te verlichten, niet snelwegen en steden ‘s nachts te laten baden in zeeën van licht. Trams, treinen, metro’s en trolleybussen zijn elektrisch en hebben geen accu’s, die vormen dus verreweg de schoonste manier van vervoer, uitgaande van elektriciteit van windenergie. Vervang alle busdiensten door railvervoer of trolleybussen en maak het gratis. Zet overal windmolens neer. Met zonnecellen moet je uitkijken: zet je die op daken dan is het goed, maar zet je die op akkers dan reduceer je daarmee de CO2 opname omdat de mais of het gras dat er eerst stond, met die zonnecellen op de akker geen CO2 meer opneemt.

Ik ben natuurkundige. Of meer precies, sterrenkundige. Ik heb dus verstand van energie en van klimaat. Ik ben ondernemer en uitvinder. Ik ben technisch goed onderlegd. Ik ben oma. En ik kan er met de pet niet bij hoe de hele goegemeente niet ziet dat bijna alle voorgestelde maatregelen tegen opwarming van het klimaat niet gaan werken. Ik gun mijn kleinkind een goede toekomst, in een land dat niet is overstroomd en een dampkring waarin hij nog normaal kan ademen. Ik wil niet over twintig of dertig jaar tegen Stijn moeten zeggen “ja m’n kind, mijn generatie heeft het grondig voor je verkloot”. 

Notitie van mijn vader Gerard Karman

EVERTJE SCHOUTEN

Woonde aan de Zwolseweg in Apeldoorn in een grote boerderij met rieten dak op een uitgestrekt perceel weilanden in het bezit van het paleis Het Loo. De weilanden werden in die tijd verkaveld en verhuurd aan veehouders en melkboeren. Naast de boederij van Evertje Schouten begon een pad dat toegang gaf tot de weilanden. Evertje Schouten liep in Gelderse klederdracht en was niet werkzaam.

Zij is de min van pinses Wilhelmina geweest, twee jaar lang. Zij had een voorgangster als min, die in ongenade viel bij Koningin Emma; Prinses Wilhelmina kwam niet genoeg aan en de min had de brutaliteit om het prinsesje te tutoyeren.

Van tijd tot tijd kwam Koningin Wilhelmina vóór de oorlog bij haar min op bezoek in een eenvoudig koetsje met een enkel paard. Als kinderen zagen wij het wel, maar we bleven op eerbiedwaardige afstand.

Evertje Schouten stond in de buurt bekend als “de Minne”, op z’n Gelders.

Ons woonhuis lag schuin tegenover de boerderij van de Minne aan de Zwolseweg en vanuit ons huis kon je de boerderij nog net zien. De weilanden van het paleis begonnen vlak voor ons huis.

Evertje Schouten is in 1945 overleden.

Flowable web based designer

Flowable is a Java BPM tool that was forked from Activiti (owned by Alfresco). They have a designer tool for Eclipse, they also have a new designer tool that uses a web interface. There is no ready made documentation on how to install it, these are the steps you can follow.

There is a post here that provides the basic info.
You have to have mysql installed, create a user ‘flowable’@’localhost’, pw ‘flowable’, that owns a database ‘flowable’.
You checkout the project from here and you install it. Then in the module flowable-ui-idm you run start-idm.sh and in the module flowable-ui-modeler you run start-modeler.sh.
You login to idm on http://192.168.0.11:8080/flowable-idm and on modeler via http://192.168.0.11:8888/flowable-modeler where you replace the ip number by the ip number of your computer. It doesn’t seem to work with “localhost” or “127.0.0.1”. When the modeler redirects you to the login page and login doesn’t work, replace “localhost” by your ip number in the browser location.

You log in to flowable with admin/test.

Het meisje dat groen was.

Er was eens een meisje, een heel gewoon meisje, met een heel gewoon zusje, heel gewone ouders, een wat bijzondere hond en een wat vreemde kat. Ze ging net naar de basisschool, ze had van haar zusje gehoord dat de basisschool heel leuk was, en dat was ook zo. Alleen, ze was de dagen voordat ze naar school ging, nogal zenuwachtig geweest. Gespannen. Sliep niet. At niet. Want ze was groen. Niet een beetje groen, of groenig, maar gewoon helemaal groen. Als gras. Ze had geleerd dat dat niet bijzonder was, want hoewel ze verder nooit iemand had gezien die groen was, ook niet een beetje groen, merkte ze nooit dat haar ouders of haar zusje aandacht besteedden aan het feit dat ze groen was. Ook opa en oma, die vaak op de thee kwamen, leken het niet te merken, en knuffelden haar, en brachten altijd iets mee voor haar en voor haar zusje. Van de kinderen op het pleintje, een eindje verderop in de straat, was er geeneentje groen, maar ze speelde tikkertje en verstoppertje met ze, ze kreeg een keer stiekum een kusje van het buurjongetje van de overkant, toen werden haar wangetjes even rood.

Maar nu naar school. Met allemaal vreemde kinderen, en oudere kinderen, wie weet wat die zouden denken. Want ze was groen. Niet een beetje groen, maar helemaal groen, als gras.

Ze wandelde de straat uit, hand in hand met haar zusje, allebei een rugtasje, die van haar was rood, die van haar zusje paars. Toen ze op het schoolplein kwamen, rende haar zusje weg naar haar vriendinnetjes, en stond ze alleen op het schoolplein. Er stonden meer kindertjes alleen, een beetje te kijken, maar ze durfde niet zomaar bij een groepje te gaan staan. Een vlinder vloog voor haar langs, een hele mooie, zwart met oranje, en lange voelsprieten. Ze keek er een poosje naar. Terwijl de oudere kinderen allemaal aan het spelen waren of in groepjes stonden te praten. Toen ging de bel.

Een juf stond bij de schooldeur, terwijl de kinderen allemaal naar binnen liepen. De juf wenkte haar, ze liep naar de juf toe. Ze ging met de juf en wat andere nieuwe kinderen naar binnen, naar een lokaal, waar al veel kinderen op stoeltjes aan tafeltjes zaten. Ze hing haar jasje aan de kapstok, en ging op een stoeltje zitten, aan een tafeltje, waarop een boekje lag, en een nieuw schriftje, en een potlood. Naast haar zat een meisje met een lange vlecht. Ze glimlachten naar elkaar. Dat meisje was niet groen. Zij was groen, als enige in de klas.

Die dag ging goed, en het hele jaar ging goed. Ze leerde snel lezen, en rekenen, en timmeren, en breien, ze speelde met de kinderen uit de klas, ze mocht trakteren als ze jarig was (mandarijntjes), en het leukst vond ze gymnastiek. Behalve rekenen dan, dat was nog leuker. En niemand leek te merken dat ze groen was, helemaal groen. Als gras.

Toen ze twaalf was, ging ze naar het gymnasium. Ze was daar wel zenuwachtig voor. Sliep niet zo goed. At niet. Want wie weet wat de kinderen op het gymnasium zouden denken. Dat ze groen was. Niet een beetje groen, maar helemaal groen. Als gras.

Het ging heel goed op het gymnasium. Ze leerde Latijn, en wiskunde, en natuurkunde, ze haalde negens en tienen. Ze kreeg nieuwe vriendinnetjes, en wat vriendjes, ze kwam in het schoolparlement, ze werd toen ze in de vierde zat voorzitter van de kunstcommissie, en ze won de debat-wedstrijd in de vijfde. Niemand leek te merken dat ze groen was. Niet een beetje groenig, maar gewoon helemaal groen. Als gras.

Ze deed eindexamen, haalde een zeven voor Latijn, tienen voor wiskunde en natuurkunde, en een zes min voor Grieks. Ze ging studeren. Wiskunde, want dat vond ze het leukste. Ze was wel wat zenuwachtig, toen ze voor het eerst op de universiteit naar college ging. Want wat zouden die studenten zeggen, dat ze groen was. Want niemand van de andere studenten was groen.

Ze kreeg vriendinnen op college, en een vriendje. Ze werd voorzitter van de studievereniging, ze kwam in het tweede jaar zelfs in de faculteitsraad. Dat kon toen nog, een student in de faculteitsraad. Ze volgde colleges calculus, en getaltheorie, en topologie, en mathematische fysica, en het was allemaal even leuk. En niemand die er erg in leek te hebben dat ze groen was. Niet een beetje groen, maar helemaal groen. Als gras.

Ze studeerde na vijf jaar af, net niet cum laude. Ze vond gelijk een baan, in de IT. Toen ze voor het eerst naar haar werk ging, was ze wel wat zenuwachtig. Want wat zouden ze zeggen?

Het werk was leuk. Ze programmeerde, kreeg al snel een eigen project met een eigen team, maakte promotie, en werkte hard. Ze deed een beetje aan politiek, in de buurt, ze schreef een column in een blad, en ze voelde zich prima. Soms paste ze op op het kind van de buren, ze ging naar feestjes, ze had weer een vriendje, het was best wel serieus. En niemand die het wat uitmaakte dat ze groen was.

Totdat.

Ze las de krant online, ze las een berichtje over de gemeenteraad in de stad waar ze woonde. De gemeenteraad had een verklaring uitgebracht, en daarin stond: “Er zijn mensen die groen zijn. De gemeenteraad heeft een beleid van inclusiviteit, en we vinden dat we mensen die groen zijn niet mogen discrimineren, we moeten inclusief zijn. Dus vanaf nu zullen stukken vanuit de gemeente en van uit de gemeentelijke diensten niet meer als aanhef hebben ‘beste burger’ maar ‘beste burger, ook groene burger’.” Ze moest het nog een keer lezen om het te begrijpen. Het stond er echt. Ze zou niet meer gediscrimineerd worden in officiële stukken van de gemeente. Maar ze was nog nooit gediscrimineerd.

Een week later was er een berichtje over de spoorwegen. In navolging van de gemeente hadden die een nieuw beleid over het aanspreken van reizigers op de perrons. Voortaan zou er niet meer worden omgeroepen “dames en heren”, maar zouden de luidsprekers zeggen “dames en heren van welke kleur dan ook”. Met de toelichting dat dat was om groene mensen niet voor het hoofd te stoten.

Die avond lag ze in haar bed zachtjes te huilen. Wat had ze fout gedaan?

Het was een jaar later dat de kranten berichtten dat in het parlement een wetsvoorstel was gedaan, om artikel 1 van de grondwet aan te passen. Dat artikel bepaalde dat discriminatie strafbaar was, maar er zou aan toegevoegd worden dat ook discriminatie van groene mensen strafbaar was. Ze fronste haar wenkbrauwen, las het nog eens, het stond er echt. Een traan welde op in haar rechter oog.

Op het werk de volgende dag vroegen collega’s wat ze ervan vond, dat ze nu niet meer gediscrimineerd mocht worden. Ze negeerde de collega’s. In de sportschool vroeg de trainer wat ze vond van het wetsvoorstel. Ze nam een abonnement bij een andere sportschool.

Twee maanden later werd het wetsvoorstel aangenomen en was in de grondwet in artikel 1 opgenomen dat niet alleen discriminatie strafbaar was, maar ook discriminatie van groene mensen. Alle kranten meldden het in grote koppen, alle politici twitterden dat het een aard had, over dat nu ook groene mensen niet meer gediscrimineerd mochten worden. Alleen die rare blonde populist twitterde “maar discriminatie was toch al verboden?”.

Vriendinnen vroegen haar of ze nu niet blij was, met het nieuwe grondwetsartikel. Ze negeerde haar vriendinnen. Ze kreeg mailtjes van kennissen, van verre vriendinnen, over het nieuwe grondwetsartikel. Ze zou nu niet meer gediscrimineerd kunnen worden. Ze verwijderde hun email adressen.

Die avond lag ze in bed te huilen. Ze viel pas tegen de ochtend in slaap. De volgende ochtend verscheen ze niet op haar werk, en de dagen erna ook niet. Ze werd eigenlijk helemaal nooit meer gezien.

Jaren gingen voorbij, iedereen was gelukkig met het nieuwe artikel 1 van de grondwet, en het leven ging verder. Toen vond iemand uit wat er met het meisje was gebeurd. Wat ze had gedaan. De kranten stonden er vol van, het land was in rouw, de vlaggen hingen half stok.

Alleen heeft niemand ooit begrepen waarom ze het had gedaan.

Het Project Startup Hackathon

Je start een nieuw project om systeem X te bouwen. Je gaat dat project 100% agile doen. Dat houdt in

  • niet vergaderen
  • multidisciplinair team met ook gebruikers, klanten, etc
  • continuous delivery
  • het team is in charge
  • het team heeft mandaat

Je begint dus met een kick-off meeting met alle betrokkenen en je trekt daar een ochtend voor uit. Na die kick-off meeting gaan de teamleden aan de slag, ze plannen vergaderingen, ze trekken zich terug in hun ivoren torentje, ze gaan verder met hun dagelijks werk dat niet kan blijven liggen, ze plannen “contactmomenten”. En voordat er ook maar iets is geproduceerd, heb je 80 mens-uur verspijkerd aan je project. Dat kan ook anders.

Als je wilt dat mensen in hecht verband samenwerken, moet je ze dat vanaf het begin van het project laten doen. Als je zo snel mogelijk precies wilt weten wat er hoe wanneer gemaakt moet worden, moet je ze gelijk laten beginnen met bouwen. Een vliegende start van je project bereik je met een Project Startup Hackathon. En dat werkt als volgt.

Je zorgt voor een projectruimte voor een dag waar alle betrokkenen in passen. Je nodigt alle betrokkenen voor die dag uit:

  • gebruikers
  • klanten
  • ontwerpers
  • programmeurs
  • beheerders
  • een manager
  • een verkoper
  • een boekhouder
  • etc.

Je zorgt voor alle tools en voorwaarden die nodig zijn:

  • servers of cloud of zoiets
  • laptops, computers, telefoons
  • een netwerk, internet
  • git, jenkins, etc
  • whiteboards, monitors, etc
  • lunch
  • diner (beter geen pizza)

Om negen uur ‘s morgens sta je midden in de ruimte, iedereen heeft een werkplek of soort van werkplek, en zit op een stoel. En je zegt

“Wij zijn het team dat product X gaat maken. Als begin gaan we vandaag een werkende versie van product X maken. Een proof of concept. Ik laat aan jullie over wat dat is, welke aspecten van product X dat dan behelst. Maar om zes uur vanmiddag wil ik een demonstratie zien van iets wat werkt. Als je daarvoor iets nodig hebt, dan zorg ik daar onmiddellijk voor.”

Als dit je eerste Project Startup Hackathon is, dan heb je natuurlijk wel nagedacht welke mensen je erbij vraagt. Omdat er geen projectleider of team lead is, heb je een aantal mensen nodig die die rol vanzelf op zich nemen. Die durven roepen “jongens, niet discussiëren, als Rajesh zegt dat we het zo gaan doen, dan gaan we het zo doen”. Mensen met de diverse benodigde expertise, mensen die het vertrouwen van anderen hebben dat wat ze zeggen ook wel klopt. Immers, als je maar een dag hebt om iets op te leveren ga je geen tijd verspillen aan subtiele discussies of aan ruzies.

Je gaat er zelf niet de hele tijd bij zitten want je wil geen nodeloze sturing geven. Je bent bereikbaar om alles te regelen wat ze nodig hebben, zoals koffie, computers, tafels, lunch, mensen, de kat van de buren, of wat dan ook. Wat je hoopt dat die dag gebeurt is het volgende.

De aanwezige klanten (of gebruikers) vertellen kort wat product X moet behelzen. Er is vraag en antwoord. Ontwerpers vragen naar het hoe en wat. Programmeurs vallen in met specifieke vragen vanuit de techniek. Een systeembeheerder bemoeit zich ermee naar aanleiding van opmerkingen van programmeurs. De verkoper stuurt de discussie bij, met “dat kun je niet verkopen, maar als je het zus en zo doet wel” en de boekhouder maakt de groep attent op wat op termijn veel kost en wat niet. Of zoiets. Een programmeur roept “laten we beginnen”. Gebruikers/klanten en designers gaan paarsgewijs aan het werk, programmeurs beginnen met de plumbing van de applicatie, de systeempersoon (de “op” van de devops) maakt een git/jenkins/etc instance werkend. Dan implementeren de programmeurs stukjes van wat de ontwerpers inmiddels hebben gemaakt, de klant/gebruiker kijkt mee en becommentarieert. Gewoon, zoals het in een hackathon gaat.

Je doel met deze hackaton is niet het proof of concept product per se. Het doel is in het team duidelijk te laten worden wat er gemaakt moet worden. Het doel is ook het team effectief te laten samenwerken en al werkend te laten kennismaken. In de loop van de dag zitten alle betrokkenen samen te “hacken” aan het proof of concept waarbij ze (hopelijk) op een zeer directe manier met elkaar communiceren en elkaar leren kennen en waarderen. Tegelijkertijd, tijdens dat hacken en de discussies waarmee het gepaard gaat, krijgen ze samen een goed beeld van wat er in het uiteindelijke product X moet zitten. De ontwerper weet hoe dat ontworpen moet worden, de programmeur weet hoe het geprogrammeerd moet worden, de op weet welke infrastructuur nodig is, de klant/gebruiker heeft na deze dag de directe communicatie met de rest van het team en kan dus van dag tot dag meekijken, meehacken en invloed uitoefenen.

Als het allemaal gaat zoals we denken dat het zal gaan, dan is deze hackathon ook de eerste dag van je project en gaat eigenlijk het project gewoon verder als “extended hackathon”. Je team blijft in de hackathon-ruimte zitten (daar had je van te voren natuurlijk al rekening mee gehouden), ze blijven samen verantwoordelijk voor het hele project, jij blijft beschikbaar om te zorgen voor wat ze ook dan maar nodig hebben, en de snelheid blijft in het project.

Als je een volgend project een vliegende start wil geven met een Project Startup Hackathon, dan haal je een paar mensen uit je eerste team voor het nieuwe project. Dat nieuwe project krijgt dan een vlotte start, nog vlotter dan het eerste, en in je eerste project krijgen nieuwe (wellicht meer junior) mensen de kans hun eigen vliegende start te maken.

Moet zo’n Project Hackathon team Scrum gebruiken? Laat me het zo zeggen. Een user story is in het hackathon project datgene wat gebruiker A of klant B zegt en wat gelijk gebouwd wordt en gedeployed. De sprints zijn variabel, dat zijn de perioden tussen release N en release N+1 zoals de devs en de ops dat van moment tot moment deployen. Dat hoeft niet gepland te worden: iemand zegt “we doen nu een deployment” en als een programmeur zojuist iets heeft opgeleverd en gemerged, dan zit dat erbij. Een andere programmeur is nog bezig met een paar features, en die zitten morgen in de deploy, of volgende week, of volgende maand. Moet je daily standups doen? Nou, de hele dag werkt als een daily standup. Je zit immers de hele dag bij elkaar aan tafel samen te hacken en dingen te ontwerpen en overleggen. Heb je iets van Safea nodig, dan wacht je niet tot morgen negen uur, maar vraag je het haar nu gelijk. Dirk hoort het je vragen, en doet een suggestie aan jullie beiden, of doet zijn voordeel met wat hij zojuist hoort.

Eén ding is super belangrijk in een Project Startup Hackathon, en in een hackathon in het algemeen. De mensen in je team zijn allemaal verschillend. Niet alleen qua expertise en ervaring, maar ook als mens. De ene is extrovert en begint gelijk te praten, de ander is wat terughoudender. De ene neemt gelijk de leiding, de ander kijkt eerst de kat uit de boom. De ene werkt het liefst alleen met tools en frameworks die hij of zij goed kent, de ander heeft voor je het weet iets geheel nieuws geïnstalleerd en gaat daarmee aan de slag. Wat je dus nodig hebt is een wederzijds begrip en waardering tussen al die mensen. De extrovert moet aan de introvert vragen “hey, wat vind jij?” en de initiatiefnemer moet alles checken, verbaal of nonverbaal, bij de kat-uit-de-boom-kijkers. Te allen tijde moet alles wat het team doet of wat leden van het team doen, door het team als geheel worden gedragen, niet omdat ze overal in detail bij betrokken zijn, maar omdat ze weten dat degene die een bepaald besluit heeft genomen binnen het team degene is die van dat onderwerp het meest verstand heeft.

Met een Project Startup Hackathon heb je binnen een dag je team effectief en enthousiast aan de slag.