Agile

Een Agile project: Een weekendje naar Parijs

Je gaat met een groepje vrienden van vroeger een weekend naar Parijs. Vrijdagavond met de trein heen, zondagmiddag terug. Je kent elkaar van school, je bent allemaal totaal verschillende wegen ingeslagen, maar je hebt altijd contact gehouden en om de zoveel jaar ga je samen iets doen. Je kennis en vaardigheden lopen nogal uiteen, maar dat maakt het juist interessant.

Joris en Pamela spreken vloeiend Frans, Joris omdat ‘ie in Marseille is opgegroeid, Pamela omdat ze bijvak Frans heeft gestudeerd. Johannes heeft een restaurant, hij weet alles van de Franse cuisine en kent alle goede restaurantjes in Parijs. Marie werkt voor een uitgever van reisboeken, die weet precies waar welk museum of andere interessantigheid in Parijs is te vinden en hoe je daar het snelste komt. Josien is kunstkenner, weet alles van de impressionisten en kibbelt dan met Maarten die toch meer van de oude meesters houdt. Dorien is filosofe, die schrijft na ieder uitstapje een prachtig verslag dat het niveau van de praktische activiteiten van het weekend ver overstijgt. En jij bent meer de doener, degene die zorgt dat je niet de hele dag in Jeu de Paume of Musee d’Orsay blijft rondhangen maar dat er ook ‘s middags witte wijn is op een terrasje ergens langs de Seine.

Zou je Scrum doen, dan besteed je de zaterdagochtend aan een planning meeting waarin je iedereen een taak geeft en subtaken en een verantwoordelijkheid en wordt het een dodelijk saai weekend waarin je één museum bezoekt en het terras met witte wijn moet overslaan omdat daar geen subtaak voor was. Maar natuurlijk doe je geen Scrum of welke methodiek ook als je met oud-klasgenoten een weekendje naar Parijs gaat. Je ploft vrijdagavond om negen uur op een kruk in hotel La Tamise, de helft van je gezelschap zit daar al of komt gelijk met jou binnenlopen, Maarten was je op Gare du Nord al tegengekomen en je bent samen naar het hotel gemetro’t. Je bestelt een Pastis, Josien heeft het over een tentoonstelling in het Louvre, Pamela praat over de kinderen die moeite hebben met hun studiekeuze, iemand roept “techniek! daar is altijd emplooi voor!” en je bestelt een tweede Pastis. Je let met één oog op Johannes, die is al aan z’n vierde Sauterne. Josien zegt dat ze per se naar een tentoonstelling van Grimaldi wil, in Art Jingle. Dorien is door een vriendin op het hart gedrukt dat ze Koen Wessing moet zien, dit weekend in Jeu de Paume. Diverse restaurantjes in de buurt van het hotel zijn de revu gepasseerd, de wijn op het terras moet beslist geen Chardonnay zijn, en als je rond elf uur je kamer opzoekt nadat Josien heeft gezegd “jongens, op tijd naar bed want morgen vroeg op!”, is er een globaal beeld van het programma van zaterdag en zondag.

Het ontbijt in het hotel is wel ok, je doet je duit in het zakje over hoe je de dag gaat indelen om alle wensen van gisteravond goed in te willigen en om half negen steek je de straat over naar Musée Jeu de Paume. Grimaldi ga je morgen doen, vandaag ga je wel naar het Louvre, maar omdat je wat eerder uit Jeu de Paume komt dan gepland, besluit jij dat er tijd is voor een korte wandeling over de boekenmarkt langs de Seine. Gisteravond was er heftige discussie over welk terrasje met welke witte wijn waar langs de Seine, maar Joris spot al wandelend tussen de boeken een grappig terrasje aan de overkant en dat gaat het worden.

Marie heeft geen verstand van restaurants of van goed eten, maar vertelt ergens in de middag een verhaal over hoe haar neef en nicht recentelijk daar en daar zijn wezen eten en hoe geweldig lekker dat was. Nicht is culinair recensente, neef heeft een restaurant, dus Marie heeft nu bepaald waar er vanavond gegeten gaat worden.

Zo verloopt de hele zaterdag gemoedelijk, in een vrolijk voorjaarszonnetje in stoffig Parijs, wandelend langs de Seine, schuifelend door musea, uitpuffend op een ombreus terrasje, kwebbelend en babbelend, en zonder een onvertogen woord. De foto’s van Wessing, in de leer geweest bij Ed van er Elsken, zijn indrukwekkend, politieke nieuwsfoto’s, zwartwit, prachtig. Het restaurant ‘s avonds is heel goed, het eten lekker, de wijn overvloedig, de Pastis aan de bar, goed geslapen, ontbijt met champagne en croissants. Dan uitchecken uit het hotel, met de metro naar Art Jingle voor Pierre-François Grimaldi – kleurige posters gemaakt uit verscheurde posters uit de metro – en op tijd op Gare du Nord voor de Thalys naar huis.

Een aangenaam en welbesteed weekendje Parijs.

Agile, Blog

Agile werken tijdens corona

Ik lees net een stukje van Emma Curvers over agile werken op kantoor. Citaat: “Er kwamen jongens op mijn toenmalige werk die wilden dat we agile gingen werken, ze droegen niet zelden een Fitbit, en ze probeerden alles wat we deden efficiënter te maken. De jongens zeiden dat we elkaar te veel mailden, en als we nou allemaal op Slack gingen, dan hoefden we ook niet meer naar elkaar toe te lopen“. Naar mijn bescheiden mening hebben die “jongens” dan niet begrepen wat agile betekent.

“Agile” betekent slagvaardig. Wil je slagvaardig en efficiënt werken dan moet je als organisatie snel beslissingen kunnen nemen en snel dingen voor elkaar kunnen krijgen. Dat betekent weer dat je geen lange beslistrajecten wilt, geen hierarchie, en bij voorkeur geen managers. Mijn invulling van “agile” is dat medewerkers een eigen verantwoordelijkheid krijgen, zelf beslissingen kunnen nemen, en zelf het initiatief nemen met anderen te overleggen hoe dingen aan te pakken. Agile is dat beslissingen genomen worden door de mensen die verstand hebben van het onderwerp, niet door de mensen die de strepen op hun mouw hebben.

Mijn ideale agile omgeving is dat je met een team in één ruimte zit, dat je elkaar ziet tijdens het werk, dat je vragen kunt stellen aan elkaar als ze opkomen, dat je samen aan een scherm zit te werken, dat je dingen delegeert aan elkaar en dan blind weet dat het goedkomt. Dat heeft niets te maken met de technologie die je gebruikt. Sterker nog, Slack belemmert eerder dan dat het efficiënt werken bevordert.

Wat ik een belangrijke component van “agile” vind, is wat Tom Peters ooit “empowerment” noemde. Als een medewerker in je organisatie is aangenomen om databases te managen, dan moet je bij beslissingen over die databases vooral luisteren naar die medewerker. Als je een boekhouder in dienst hebt, laat je financiële beslissingen zoveel mogelijk leiden door die boekhouder.

En dan is er corona. Je kunt niet meer samen in één ruimte werken, je mag zelfs niet meer samen op kantoor werken. Iedereen werkt thuis, iedereen zit in z’n eentje te slacken, te zoomen of te teamen. Of gewoon te werken. De enige manier om dan effectief te blijven werken is hetzelfde te doen als op kantoor: als je met drie collega’s in een kamer zit, kun je nu met die drie collega’s de hele dag in een Slack kanaal zitten. Wat je niet moet doen is met al je collega’s in Slack kanalen zitten, of erger nog, allemaal in één kanaal zitten. Dan gebeurt wat Curvers schetst: je zit de hele dag alleen nog maar te chatten.

Thuiswerken en agile werken gaat prima samen als je agile opvat als “empowerment” en “niet vergaderen”. Vertrouw je collega’s dat ze hun deel van het werk goed doen, doe je eigen werk goed, en stuur de manager naar de golfbaan, die heeft immers in een agile thuiswerk situatie niets te zoeken. Probeer vooral niet de vergaderingen te houden die je vóór corona deed. Ik had van de week een soort brainstorm met een paar mensen, via Teams. Gruwelijk. Dat werkt voor geen meter. We moesten een naam bedenken voor een IT product, via Teams wordt creatieve interactie tussen mensen doodgeslagen en uitgefilterd, daar moet je iets anders voor verzinnen. Een Slack channel werkt niet, maar wellicht dat één op één gesprekken (Slack, telefoon, Teams, wat je wilt) wel werken.

Het belangrijkste aspect van agile werken is voor mij dat er geen regels zijn, geen voorschriften, geen leiding. Als ieder lid van een projectteam begrijpt wat er moet gebeuren, verantwoordelijkheid voelt dat het gaat gebeuren, en zelf oppakt wat hij of zij kan doen, waar hij of zij de expertise voor heeft, en als iedereen zelf één op één contacten met anderen organiseert om dingen te delegeren of te overleggen, dan komt het vanzelf goed. Als jij wilt bellen, dan bel je. Als jij wilt Slacken, dan Slack je. Als jij op kantoor wilt afspreken, dan doe je dat. Jij bent immers verantwoordelijk voor jouw werk.

Oh, en heen en weer lopen naar collega’s, dat is juist super agile. Hoe meer mensen je in de loop van een dag even persoonlijk spreekt, hoe hechter de banden in je project team en hoe beter het werk gaat. Daar was die Fitbit voor bedoeld: die meet of je wel genoeg door het kantoor loopt om collega’s te zien.

Agile

Agile werken zonder vergaderen en zonder regels

Agile betekent “slagvaardig” of “lenig” of “flexibel”, of zelfs “wendbaar”. Het kan een heleboel betekenen. Wat het volgens mij in ieder geval niet betekent is “veel vergaderen” of “strenge regels en richtlijnen” en al helemaal geen “checklists”.

Ter illustratie heb ik een stukje geschreven over hoe je een agile project kunt starten, met een Project Startup Hackathon. Daarnaast heb ik een blogje geschreven met tien tips voor de agile manager.

Nog meer ideeën en gedachten over Agile werken en Agile project management heb ik opgeschreven in mijn boek Agile zoals het bedoeld is. Ik vind dat voorschriften en regels niet goed bij Agile passen. Ik vind eigenlijk dat het schrijven van een boek over Agile een paradox is. Vandaar dat je in mijn boek geen schema’s vind, geen voorschriften of regels, maar alleen ideeën en anekdotes. Zoals het hoofdstuk “Een weekendje naar Parijs”.